Logo Noorhoff Uitgevers
  • ‘Eén cijfer per rapportperiode is meer dan genoeg’

    • de redactie
    • 27 juni 2017
    • #
    • 0

    Hoe verander je een toetscultuur in een feedbackcultuur? Dat is de centrale vraag die René Kneyber en Dominique Sluijsmans stelden in het boek Toetscultuur dat zij samen uitbrachten. Maar hoe gaat wiskundedocent René Kneyber zelf om met toetsen? Kneyber: ‘Sinds ik een masterclass heb gevolgd bij Dylan Wiliam geef ik alleen nog maar een cijfer “als het leren klaar is”. Ik toets nog wel, maar op een andere manier. Daarna geef ik feedback, waarmee leerlingen aan de slag gaan, zodat ze vooruit kunnen in hun ontwikkeling.’

    Hoe kwam je op het spoor van Dylan Wiliam?

    ‘Een paar jaar geleden las ik een artikel in Trouw van Hanne Obbink. Hierin schreef hij zover de BBC-documentaire The Classroom Experiment. Ik raakte hierdoor zo geïnspireerd! The Classroom Experiment werd geleid door Dylan Wiliam. Ik vroeg me af of hij ook een boek had geschreven. En dat bleek zo te zijn. Ik tipte Didactief waarna het boek is vertaald. En zelf heb ik een masterclass gevolgd bij Wiliam.’

    Wat heb je van Dylan Wiliam geleerd en wat gebruik je in je eigen lessen?

    ‘Wat ik meteen ben gaan doen in mijn klassen, is at random beurten geven. Vaak geven leraren pas een beurt als een leerling zijn vinger opsteekt. Met als gevolg dat alleen gemotiveerde leerlingen meedoen en andere kinderen zich steeds minder betrokken voelen. Door blind te trekken uit een pot met stokjes met namen van de leerlingen, kan iedereen een beurt krijgen. Kinderen blijven zo beter bij de les. Zelf gebruik ik de app Pick For Me.’

    En wat leerde je over toetsen?

    ‘In plaats van alleen te toetsen voor een cijfer, liet Wiliam zien dat toetsen vooral bedoeld is om te kijken of leerlingen de lesstof begrijpen. Dus elke keer als je je afvraagt of je uitleg effectief was, toets je dat. En dat kan op veel manieren. Wiliam doet dat in zijn experiment met whiteboards. De docent stelt een vraag en de leerlingen schrijven het antwoord op en laten het zien. Zo weet de docent meteen of zijn klas de uitleg heeft begrepen of dat hij het nog eens moet uitleggen of op een andere manier. Net zolang tot iedereen het begrijpt. Zo toets je niet alleen je leerlingen, maar ook hoe je het doet als docent.

    Zelf stel ik vaak een meerkeuzevraag om te peilen of leerlingen de stof begrepen hebben. Leerlingen schrijven het antwoord op, en ik loop door de klas en stel vragen als: waarom denk jij dat B het juiste antwoord is? Dat werkt. Zo krijg ik een goed beeld van wat leerlingen wel en wat ze niet begrijpen.’

    Ik zag ook een experiment met drie gekleurde bekertjes?

    ‘Hiermee werk ik zelf niet. Maar in de documentaire zet een leerling een groen bekertje op de hoek van zijn tafel als hij begrijpt wat de leraar vertelt. Vervangt hij dit door een geel bekertje, dan begint hij het lastiger te vinden en bij een rood bekertje begrijpt hij het niet meer. Op deze manier is een leerling zich bewust van het moment dat hij de stof niet meer begrijpt. En een docent weet wanneer hij de groep kwijt is en kan daar direct iets aan doen. Dit is natuurlijk veel effectiever dan eerst een proefwerk geven en pas tijdens het nakijken zien wat wel en wat niet begrepen is.

    Er zijn nog veel docenten die ervan uitgaan dat hun taak erop zit, wanneer ze alles behandeld hebben. Je gaat er dan van uit dat de leerling het maar moet snappen, als jij in jouw ogen goede instructie hebt gegeven. Maar er is vaak veel meer voor nodig om lesstof te begrijpen. Wanneer een leerling een paar keer een vier voor een overhoring haalt, kun je de conclusie trekken dat hij een niveau omlaag moet. Dan ontsla je jezelf van een heleboel verantwoordelijkheid. Maar als blijkt dat een leerling je uitleg niet heeft begrepen, kun je je ook afvragen of jouw manier van uitleggen wel goed was. Misschien begrijpt deze leerling het wél als je het anders uitlegt.’

    De Nederlandse titel van het boek van Dylan Wiliam is ‘Cijfers geven werkt niet’. Waarom werkt het niet om cijfers te geven?

    ‘Het punt is vooral dat we er te veel van verwachten. In het voortgezet onderwijs wordt er heel veel voor een cijfer getoetst. Dat zou moeten leiden tot meer motivatie en leerlingen die harder werken. Maar dat bereik je niet met cijfers geven. Alleen maar summatief toetsen is niet motiverend en werkt een fixed mindset in de hand: leerlingen zijn ervan overtuigd dat ze iets niet kunnen, omdat ze telkens een onvoldoende halen. Als je een cijfer krijgt, ga jezelf vergelijken met anderen: “ik heb een hoger cijfer dan Kevin, maar een lager cijfer dan Fatima”. Daar ben je zo druk mee, dat je geen energie steekt in hoe het beter kan en je dus niet leert van je fouten. Ook al spreek je als docent het proefwerk na en laat zien wat de juiste antwoorden zijn. Uit onderzoek blijkt dat leerlingen hier in de praktijk niet zoveel mee doen.’

    En wanneer is het geven van een cijfer wel op zijn plaats?

    ‘Ik denk dat je nooit helemaal van het summatief toetsen afkomt. Er zijn altijd leerlingen die een proefwerk nodig hebben als “stok achter de deur”. Daarom moet er minstens één toetsmoment in het jaar zijn waar iets vanaf hangt. Zelf geef ik elke rapportperiode één cijfer. Daarnaast moet je zoeken naar toetsvormen die leerlingen aanmoedigen om verbeterslagen te maken. Oké, je hebt deze opgave nu nog niet helemaal goed gemaakt, maar wat kun je de volgende keer beter doen?

    Ik toets zelf heel veel. Ik doe in de les bijvoorbeeld een mini-test en geef een opgave over de stelling van Pythagoras. Die maken ze en ik kijk ‘m na. Ik schrijf er feedback bij in de vorm van een paar aanwijzingen. De kunst is om een opdracht aan de feedback te koppelen. Dat heb ik tijdens de masterclass van Wiliam geleerd. Feedback moet altijd leiden tot nadenken, moet altijd ontwikkelingsgericht zijn. En dat werkt het beste als er geen cijfer bijstaat. Wanneer je een cijfer geeft, denken de leerlingen dat het leren klaar is. Daarom moet je als docent pas een cijfer geven als het leren klaar is.’

    René Kneyber is leraar wiskunde. Hij schreef verschillende boeken over onderwijsbeleid, formatief toetsen en over orde en gezag. Onder de vlag van zijn eigen uitgeverij Phronese bracht hij samen met Dominique Sluijsmans het boek Toetsrevolutie – naar een feedbackcultuur in het voortgezet onderwijs uit. Sinds 2015 is hij kroonlid bij de Onderwijsraad en columnist voor Trouw.

    Drie tips van René Kneyber bij het geven van feedback:

    1. Het geven van feedback moet minder tijd kosten dan het opvolgen van de feedback.
    2. Koppel aan je feedback een opdracht, zodat de leerling er direct iets mee doet.
    3. Kom nooit met een oplossing, maar geef je leerling het zetje in de juiste richting.
    Delen is het nieuwe
    vermenigvuldigen

    Reageren is leren!

    Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn met een * aangegeven.

    Er zijn nog geen reacties geplaatst.

    Sluiten