Logo Noorhoff Uitgevers
  • ‘Geen enkele school hoeft straks nog met verouderd lesmateriaal te werken’

    Scholen willen steeds meer maatwerk bieden en lesgeven met up-to-date lesmateriaal. Daarom is het prettig om elk jaar te kunnen kiezen welke onderdelen van een methode wel worden afgenomen en welke niet. Hoe speelt Noordhoff Uitgevers in op deze behoeften? We vroegen het aan Kees Karremans, general manager voortgezet onderwijs.

    Regelmatig geven scholen les met sterk verouderde methodes. Is dat niet vreemd in deze tijd van digitalisering?

    ‘De ontwikkeling van een nieuwe editie van een methode duurt vijf jaar. En als scholen deze editie hebben aangeschaft, gebruiken ze die vervolgens jarenlang. Dat zijn we zo gewend. Maar dat hoeft in deze tijd niet meer. Daarom gaat Noordhoff dit de komende jaren aanpakken, zodat alle leerlingen straks kunnen werken met actueel en up-to-date lesmateriaal. Dat vraagt om herinrichting van werkprocessen, zodat (digitaal) materiaal direct kan worden aangepast als dat nodig is – bijvoorbeeld als er een fout in het lesmateriaal blijkt te staan. En elk jaar bekijken we dan welke content toe is aan verbetering of moet worden aangepast aan de actualiteit. Hoogwaardige content wordt steeds belangrijker.’

    Waarom wordt hoogwaardige content steeds belangrijker?

    ‘Voorheen had het niet zoveel consequenties als een opdracht in een werkboek wat onhandig geformuleerd was. Een leerling ging dan gewoon verder. In de nieuwe digitale leeromgeving die hoort bij de nieuwe lesmethodes van Noordhoff zitten adaptieve leerroutes. Als een antwoord van een leerling als “onjuist” wordt beoordeeld, heeft dat direct consequenties. Daarom is het constant verbeteren van je content belangrijker dan ooit. De lat ligt daardoor een stuk hoger.

    Daarnaast is aansluiten bij de actualiteit een belangrijke randvoorwaarde voor motivatie. Het ontbreken ervan is een van de grootste problemen in het Nederlandse onderwijs. Content veroudert heel snel. In de nieuwste aardrijkskundemethode gaat het bijvoorbeeld over de grens tussen Mexico en de Verenigde Staten, zonder dat Trump genoemd wordt. Dat zou eenvoudig kunnen worden aangepast.’

    Ik begrijp dat digitale content makkelijk kan worden aangepast. Maar hoe kun je ervoor zorgen dat scholen met nieuwe boeken werken? Dat wordt toch onbetaalbaar?

    ‘Dat is een groot misverstand. Het huidige verhuurmodel is ingewikkeld en daardoor erg duur. Stel je het volgende maar eens voor: scholen moeten nu al in maart aangeven hoeveel en welk lesmateriaal ze willen bestellen voor het volgende schooljaar. Vóór de zomer haalt de tussenhandelaar het gebruikte lesmateriaal bij de scholen op. Vervolgens moeten alle boeken bekeken worden: welke zijn nog bruikbaar en welke niet? En kan het zomaar gebeuren dat er te weinig boeken zijn en er moet worden bijgedrukt, waardoor niet alle leerlingen in september een lesboek hebben…

    Als je het doorrekent, blijkt het veel goedkoper te zijn om leerlingen jaarlijks nieuwe boeken te geven. Op basis van de bestellingen van scholen is eenvoudig uit te rekenen hoeveel boeken er gedrukt moeten worden. Dit distributieproces is veel gemakkelijker en efficiënter in te richten dan het proces van innemen van de boeken, ze controleren en opnieuw distribueren. Bijkomend voordeel: elke leerling beschikt meteen over de meest actuele content.’

    Hoe kunnen scholen ervoor zorgen dat ze rondkomen met een leermiddelenbudget van ongeveer 300 euro per leerling per jaar?

    ‘Veel uitgeverijen gaan uit van een all you can eat-model, waarbij je voor één vast bedrag uit een uitgebreid methodepakket kunt kiezen wat je maar wil. Maar de ene school heeft voor het lesmateriaal van een vak maar 15 euro per leerling beschikbaar, terwijl een sectie van een andere school 45 euro per leerling mag uitgeven. Daarom willen wij juist naar een ‘slanke-kern-methode’ voor een lage prijs, die je naar eigen smaak en inzicht kunt aanvullen met extra’s, zoals digitale toetsen of adaptieve digitale leerroutes. Zo betaal je alleen voor wat je afneemt en kan een school bij het kiezen van het lesmateriaal ook beter kijken naar wat aansluit bij de onderwijskundige visie van de school en wat niet. Een transparant aanbod dus, waardoor het makkelijker wordt om keuzes te maken.’

    Deze nieuwe ontwikkelingen klinken erg positief. Scholen willen nu natuurlijk weten wanneer zij profijt hebben van deze veranderingen.

    ‘We zijn nu druk bezig met het veranderen van onze businessmodellen en het opnieuw inrichten van de werkprocessen. Dit jaar willen we een pilot doen met twee methoden. Wanneer dat succesvol is, willen we het jaar erna de businessmodellen breed uitrollen. In dat geval zou het voor scholen al in schooljaar 2019/2020 mogelijk zijn over te stappen naar zo’n model.

    Interview: Maartje Nix

    Delen is het nieuwe
    vermenigvuldigen

    Reageren is leren!

    Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn met een * aangegeven.

    Er zijn nog geen reacties geplaatst.

    Sluiten