Logo Noorhoff Uitgevers
  • Hoe maakt u een goede toets? Deze 7 tips helpen u verder!

    • de redactie
    • 20 juni 2017
    • #
    • 0

    Volgende week staat er een proefwerk gepland voor 2 vmbo tl. Je hebt de stof helemaal behandeld. Gedeeltes van het hoofdstuk heb je telkens als huiswerk opgegeven. Je hebt getoetst of je leerlingen de stof hebben begrepen. En ja, ze zijn er klaar voor! En daar zit je dan, op donderdagavond. Boek open, laptop gereed. Je weet wat je wilt toetsen, maar hoe pak je het aan?

    De volgende 7 tips helpen u op weg.

    Tip 1 Weet waarom je toetst

    Heeft u een proefwerk opgegeven omdat u een onderdeel van de stof wilt afronden met een cijfer (summatief)? Of neemt u een toets af omdat u inzicht wilt in wat leerlingen al kunnen en waaraan ze nog moeten werken (formatief)?

    In dit interview met Dominique Sluijsmans leest u meer over de hedendaagse toetscultuur.

    Tip 2 Formuleer toetsdoelen of onderwerpen

    Als u weet waarom u toetst, kunt u de toetsdoelen formuleren. Toetsdoelen, ook wel toetstermen genoemd, zijn afgeleid van leerdoelen.

    Soms is het voldoende om de onderwerpen van de leerstof als kapstok te gebruiken. Maar die zijn vaak te algemeen. Bovendien staan leerdoelen meestal beschreven bij de leerstof. Toetsdoelen herkent u aan werkwoorden als beschrijven, uitleggen, benoemen, argumenteren, enzovoort.

    Voor wie meer wil weten over toetsdoelen en toetsconstructie in het algemeen is het boek Toetsontwikkeling in de praktijk (Teelen, 2004) een aanrader.

    Tip 3 Maak een toetsmatrijs

    Wanneer u een toets maakt, begint u met een toetsmatrijs. Een toetsmatrijs is de blauwdruk van de toets, waarin precies staat wat er getoetst moet worden, met welk doel, op welk niveau en in welke vorm.

    Tip 4 Denk na over de toetsvorm en vraagsoorten

    Wat u precies wilt meten met de toets en met welk doel, bepaalt welke toetsvorm geschikt is. Als u wilt weten hoe het staat met de schrijfvaardigheid van leerlingen, ligt een schrijfopdracht natuurlijk meer voor de hand dan meerkeuzevragen.

    De vraagsoort (open of gesloten vragen) moet aansluiten bij het toetsdoel en het niveau waarop dat is geformuleerd. Gesloten vragen zijn geschikt voor het toetsen van kennis en begrip. Begrip kunt u ook met open vragen bevragen. Bij toepassing sluiten open vragen meer aan.

    Hoe u toetsvragen kunt construeren staat uitgebreid in Toetsontwikkeling in de praktijk (Teelen, 2004).

    Tip 5 Stel heldere en eenduidige vragen

    Soms blijkt pas bij het nakijken van een toets dat sommige vragen toch niet zo helder waren als gedacht. Vermijd open vragen die beginnen met ‘hoe’ en ‘waarom’, want daar kan een leerling veel kanten mee uit. Begin vragen met handelingswerkwoorden als: benoem, beargumenteer, som op, enzovoort.

    Tip 6 Maak een antwoordmodel

    Maak van tevoren een antwoordmodel waarin de juiste antwoorden staan, of aan welke criteria een antwoord moet voldoen. En hoeveel punten een leerling per vraag of deelvraag kan scoren en welke antwoorden gedeeltelijk goed zijn.

    Tip 7 Laat de toets bekijken door een collega

    Twee zien altijd meer dan één. Laat een toets altijd door een collega bekijken. Is de toets overzichtelijk? Zijn de vragen eenduidig? Is de toets in balans? Sluit het niveau van de vragen aan bij het onderwijstype? Soms kan het juist goed zijn een collega van een andere sectie te vragen, die helemaal fris tegen de toets aankijkt.

    Veel succes bij het maken van de toets!

    Delen is het nieuwe
    vermenigvuldigen

    Reageren is leren!

    Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn met een * aangegeven.

    Er zijn nog geen reacties geplaatst.

    Sluiten