Logo Noorhoff Uitgevers
  • ‘Met RTTI haal je meer uit taalopdrachten’

    Talendocenten hebben de afgelopen jaren behoorlijk wat werk verricht. Het ERK werd ingevoerd en veel scholen gingen werken met RTTI. Hoe kun je als talendocent je voordeel doen met het ERK? En hoe verbind je de pluspunten van het ERK met RTTI? Toetspunt sprak met de ontwikkelaars van RTTI, Marinka Drost en Petra Verra en vroeg: hoe werkt dat nou, RTTI en talen, en hoe verbind je RTTI vervolgens aan het ERK?

    “Geef een leerling die moeite heeft met woordjes leren eens de opdracht om de woordjes te categoriseren op grond van eigenschappen.”

    ‘De bedoeling van RTTI is dat het docenten en leerlingen inzicht biedt in de aspecten waarop ze zich kunnen ontwikkelen binnen lees-, schrijf-, luister- en gespreksvaardigheid en bij de ondersteunende vaardigheden woordenschat en grammatica. Toen we RTTI introduceerden in het voortgezet onderwijs, zeiden talendocenten vaak dat RTTI al in hun lessen verweven zat. Ze zagen vocabulaire als R (reproductie), leestoetsen als I (inzicht) en grammatica als T (toepassen). Maar dat is niet zoals wij RTTI in relatie brengen met de talen. Vocabulaire reikt verder dan het kennen van de betekenis van woorden. Bij woordenschatontwikkeling hoort ook dat je de betekenis en eigenschappen van woorden kunt achterhalen. Als je inzicht hebt in woorden dan begrijp je bijvoorbeeld of je een bepaald woord formeel of informeel kunt gebruiken en of dat woord bij een bepaalde groep of thema hoort.

    Als je wilt dat leerlingen hun woordenschat ontwikkelen, is alleen overhoren op R te beperkt. Bovendien is dat een manier van leren die niet bij alle leerlingen aansluit. Leerlingen die moeite hebben met het leren van woordjes, kun je beter een andere strategie aanbieden. Geef zo’n leerling bijvoorbeeld de opdracht om de woorden die hij moet leren op grond van eigenschappen te categoriseren. Wanneer een leerling actief bezig is met die woorden, onthoudt hij ze beter en langer.’

    Vaardigheden en cognitieve niveaus
    ‘Wanneer je een vaardigheid slechts op één cognitief niveau meet, weet je onvoldoende waarom een leerling een vraag niet goed kan beantwoorden. Een leesvaardigheidstoets met vragen op R-, T1-, T2- en I-niveau, geeft je meer inzicht in de leerling. Met gerichte feedback kun je de leerling dan verder helpen in zijn ontwikkeling.

    Bij leesvaardigheid is R woordenschatkennis van hoogfrequente woorden en van signaalwoorden. T1-vragen zijn vragen op microniveau waarbij een leerling een aangegeven stukje tekst moet lezen (bijvoorbeeld regel 12 t/m 15), waarin het antwoord te vinden is. T2-vragen zijn vragen op mesoniveau; dan gaat het om combineren, tussen de regels kunnen lezen, of het verbinden van informatie uit twee alinea’s. En Inzicht bij leesvaardigheid betekent bijvoorbeeld dat je in staat bent om de essentie van de tekst beknopt weer te geven.’

    Discrepantie onder- en bovenbouw
    ‘Sommige docenten maken onderscheid tussen woordjes-so’s en proefwerken met vragen op de andere cognitieve niveaus. Dit doen ze om leerlingen te motiveren woordjes te leren. Maar vaak sorteert dit een effect dat je juist niet voor ogen had. Leerlingen die goed kunnen stampen halen hoge cijfers voor deze so’s en gaan met deze mini-toetsen de grotere toetsen compenseren. En leerlingen die woordjes leren lastig vinden geven het op, omdat ze de woordjes-so’s kunnen compenseren met de grotere toetsen.

    Als je elke week een vaardigheid toetst, kost dat veel tijd. Wanneer je een goede toets construeert waarin je alle cognitieve niveaus bevraagt, kun je volstaan met minder toetsen, kun je meer informatie uit een toets halen en kun je je leerlingen gerichter begeleiden. Daarbij is het belangrijk dat je je leerlingen uitlegt waarom het voor de verschillende vaardigheden zo belangrijk is om hoogfrequente woorden te kennen; het is belangrijk dat leerlingen weten met welk doel ze leren en hoe ze moeten leren.

    Wat ook lang een tendens was, maar gelukkig gaandeweg verandert, is dat je bij talen een verschil ziet tussen prestaties in de onder- en bovenbouw. Leerlingen die onvoldoendes halen in de onderbouw gaan in de bovenbouw ineens hogere cijfers halen of andersom. Dit kun je voorkomen door een doorgaande leerlijn van de onderbouw naar de bovenbouw te beschrijven, waarin het accent geleidelijk verschuift van R naar T2 en I, en niet in één keer in de bovenbouw de focus van R en T1 naar T2 en I verschuift.’

    Vaardigheden in methodes
    ‘Veel educatieve uitgeverijen passen hun methodes aan deze nieuwe bevindingen aan. Maar soms moet een docent zelf opdrachten aanpassen. In opdrachten schrijfvaardigheid staat er aan de hand van geleide vragen bijvoorbeeld precies wat er in een brief aan bod moet komen en hoeveel punten je per onderdeel kunt ‘verdienen’. Terwijl het juist interessant kan zijn om deze geleide vraag weg te laten, of opener te formuleren, zodat je kunt zien of een leerling zelf kan bepalen welke elementen belangrijk zijn in een brief met een bepaald doel en deze zelf adequaat kan uitwerken. Dan meet je namelijk ook op T2 en I en help je leerlingen hun talige communicatie te ontwikkelen. Voorheen kwamen dit soort zaken in de methodes amper aan bod.’

    RTTI en ERK
    ‘Docenten en methodes zijn steeds meer vanuit het ERK gaan werken. Met behulp van tekstkenmerken kun je nu makkelijker bepalen wat het niveau is van een tekst. Ook biedt het ERK can do-statements of descriptoren bij de vaardigheden, waarmee het taalniveau van een taalleerder bepaald kan worden. Maar in de praktijk vinden docenten het lastig om daarmee te werken. De formuleringen zijn soms subjectief; er komen zinsnedes in voor als ‘de leerling beheerst in voldoende mate’ of ontkennende formuleringen als ‘nog niet’. Ook zijn de beschrijvingen summatief, terwijl een docent ook wil weten hoe hij een leerling van het ene niveau naar het andere begeleidt. En daar komen ERK en RTTI bij elkaar. Op het moment dat je de descriptoren vanuit RTTI invult, kun je ze formatief gebruiken. Want dan kun je zien wat een leerling per descriptor nog moet ontwikkelen. Daarom zijn we momenteel druk bezig met het invullen van de can do-statements vanuit RTTI, zodat docent en leerling kunnen zien waarin een leerling zich verder kan ontwikkelen.’

    erk
    Het can do-statement ‘grammaticale correctheid bij het schrijven van een brief’ waaraan RTTI is toegevoegd. Hiermee kun je leerlingen gerichte feedforward en feedback geven.

    Literatuur: Slimmer leren & Handboek RTTI

    Website ERK

    Delen is het nieuwe
    vermenigvuldigen

    Reageren is leren!

    Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn met een * aangegeven.

    Er zijn nog geen reacties geplaatst.

    Sluiten