Logo Noorhoff Uitgevers
  • Schoolleider aan het woord… Erwin Lutteke, rector van het Isendoorn College

    Op het Isendoorn College voor mavo, havo en vwo, hebben alle leerlingen een iPad. Maar de weg naar gepersonaliseerd leren gaat rector Erwin Lutteke niet snel genoeg: 'Het is dodelijk als een leerling stof waarmee hij moeite heeft telkens op dezelfde manier krijgt aangeboden.'

    Er wordt veel gesproken over gepersonaliseerd leren. Over wat het is, verschillen de meningen. Wat is volgens u gepersonaliseerd leren?

    ‘Ik wil het graag simpel verwoorden. Gepersonaliseerd leren is leerlingen in staat stellen hun eigen leerroute uit te stippelen en te bewandelen. Een leerling moet worden uitgedaagd en worden aangesproken op zijn eigen kennen en kunnen.’

    Als alles mogelijk zou zijn, hoe zou gepersonaliseerd leren er dan uitzien op het Isendoorn College?

    ‘Het zou ideaal zijn als leerlingen zelf kunnen bepalen op welke manier ze “verplichte” kennis opdoen. Daarbij vind ik het belangrijk dat de leerling degene is die in beweging is. De school kan daarbij faciliteren en doelen stellen en houdt rekening met onder andere leeftijdsverschillen en verschillen in aanleg, de behoefte aan relaties en biedt de ruimte voor bewegen en sport.’

    Op welke manier is uw school bezig met gepersonaliseerd leren?

    ‘In eerste instantie wilden we ons onderwijs verrijken met ict, zodat we meer maatwerk kunnen bieden. Alle leerlingen beschikken daarom over een iPad. Maar de ontwikkeling van adaptief lesmateriaal is nog niet zover als ik zou willen. Daarom zijn we aan het nadenken over een ander onderwijsconcept. Ik stel docenten de vraag: “Als je mag dromen: hoe ziet onderwijs er dan uit?” Op basis van de antwoorden op die vraag zijn groepjes docenten onderdelen aan het uitwerken. We gaan bijvoorbeeld afstappen van het 50-minuten-rooster en werken  aan een effectievere indeling van een schooldag.

    Ook willen we minder tijd besteden aan kennisoverdracht en meer aandacht besteden aan het integreren van opgedane kennis in de totale ontwikkeling van leerlingen. Ict kan daarbij helpen. Voorwaarde is wel dat leerlingen begrijpen waarom ze iets moeten leren. De tijd die we overhouden kunnen we anders invullen. We laten bijvoorbeeld groepjes leerlingen zich buigen over een vraag uit de samenleving, zoals: hoe kun je een nieuwe wijk duurzaam indelen? Verschillende vakken kunnen daarbij aan bod komen. Leerlingen kunnen zelf gaan ontdekken en dat helpt om leren leuk te maken en garandeert een impliciete kennisoverdracht die effectiever is dan aangeleerde gegevens reproduceren.

    Verder verschuift de rol van mentoren. Zij worden meer een studiecoach die zich richt op studievooruitgang. Ook willen we minder cijfers geven en op een andere, meer inhoudelijke manier feedback geven. Daarmee zijn we aan het oefenen.’

    Wat is uw belangrijkste doel met betrekking tot gepersonaliseerd leren in 2017-2018?

    ‘Ik wil meer maatwerk ín de les in plaats van daarbuiten. En ik wil dat leerlingen gaan ervaren dat ze worden beloond als ze het lef tonen om op een andere manier te leren.’

    Waar wilt u dat uw school over twee jaar staat met het oog op deze ontwikkelingen?

    ‘Dat we een onderwijsconcept hebben waarin meer ondernemend wordt geleerd.’

    Welke digitale middelen worden gebruikt voor de inrichting van gepersonaliseerd leren?

    ‘We experimenteren met interactieve leermiddelen. We maken zelf interactieve content en gebruiken digitale methodes. Leerlingen mogen hun iPad gebruiken om op een creatieve manier met leerstof om te gaan: presenteren, filmpjes maken en zo.

    Het is dodelijk als een kind ergens moeite mee heeft en het telkens op dezelfde manier krijgt aangeboden. Ik hoop dat de ontwikkeling van adaptieve leermiddelen opschiet.’

    Leerlijnen en gepersonaliseerd leren, gaat dat samen?

    ‘Ik ben voorstander van een kerncurriculum, zodat er meer bewegingsruimte daaromheen ontstaat. Het centraal examen wordt steeds meer een kunstje. Geef scholen het vertrouwen dat je ook op andere manieren een niveau kunt behalen!’

    Frank Schings, voorzitter centrale directie LVO Parkstad in Limburg is de vorige keer geïnterviewd. Hij stelt u de volgende vraag: ‘Hoe kunnen scholen en uitgevers partners worden in de weg naar een adaptief curriculum? Op een manier waarop we elkaar versterken?’

    ‘Je zou moeten samenwerken en beginnen met iets gezamenlijks op de markt te zetten voor één vak of onderdeel. De ontwikkeling van adaptief materiaal vereist zoveel kennis en oefenmateriaal… Kijk of het de winst brengt die we met z’n allen verwachten. Daarna zouden partijen los van elkaar aan de slag kunnen. Nu zijn allerlei eilandjes bezig met hetzelfde wiel uitvinden.’

    Welke vraag over gepersonaliseerd leren wilt u een collega-schoolmanager voorleggen?

    ‘Hoe krijgen we het voor elkaar dat we tot een kerncurriculum komen voor de leerlijnen en voor het centraal examen, zodat er écht ruimte is voor gepersonaliseerd leren?’

     

    Delen is het nieuwe
    vermenigvuldigen

    Reageren is leren!

    Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn met een * aangegeven.

    Er zijn nog geen reacties geplaatst.

    Sluiten