Logo Noorhoff Uitgevers
  • ‘Het eigenaarschap van het leren hoort bij de leerling te liggen’

    • de redactie
    • 20 december 2016
    • 2

    LVO Parkstad biedt met vijf scholen een compleet onderwijsaanbod van vmbo tot en met gymnasium. De scholen werken nauw samen. Ook als het gaat om het vorm geven aan gepersonaliseerd leren. Frank Schings, voorzitter centrale directie LVO Parkstad in Limburg: ‘Het nadeel van de term gepersonaliseerd leren is dat het lijkt of je het over individueel leren hebt. Ik vind dat leraren en leerlingen juist meer samen moeten optrekken.’

    Er wordt veel gesproken over gepersonaliseerd leren. Over wat het is, verschillen de meningen. Wat is volgens u gepersonaliseerd leren?

    ‘Gepersonaliseerd leren is onderwijs dat onder andere is afgestemd op de competenties, het tempo, de leerstijl en de ambities van elke leerling. Dat betekent dat je moet differentiëren. Je onderwijs is niet meer aanbodgericht, maar vraaggestuurd.

    Binnen de stichting LVO  zoekt elke school naar een vorm voor gepersonaliseerd leren die past bij de identiteit, de leerlingen en de docenten: in de klas of in een aangepaste leeromgeving. De ene school gaat projectmatig aan de slag, de andere vanuit een nieuw concept als Kunskapsskolan.’

    Als alles mogelijk zou zijn, hoe zou gepersonaliseerd leren er dan uitzien op uw scholen?

    ‘De stichting LVO (Limburgs Voortgezet Onderwijs) heeft ruim 2.500 docenten in dienst. Misschien kunnen een aantal van hen wel een adaptief curriculum maken voor heel de stichting! Te vaak gebeurt het nog dat docenten een proefwerk teruggeven, het hooguit nabespreken en vervolgens begint de klas met een volgend onderwerp of hoofdstuk – of een leerling nu een 4 of een 8 had. Het goede van een adaptief systeem is dat een leerling niet verder kan voordat hij de stof werkelijk in zijn vingers heeft. En wie snel is kan verder werken of met een ander vak aan de slag. Je toetsinstrumenten moeten dan op orde zijn en monitoring is van wezenlijk belang, want docenten moeten kunnen zien waar hun leerlingen staan en waarop een leerling uitvalt. Maar vooral ook wat de leerling nodig heeft om zich de stof goed eigen te maken.’

    Op welke manier is uw stichting bezig met gepersonaliseerd leren?

    ‘De scholen van LVO Parkstad zijn in verschillende fasen bezig met gepersonaliseerd leren. Sommigen zijn nog aan het nadenken over wat ze willen. Dat is heel wezenlijk. Docenten moeten het straks doen. Ik wil daarom de mogelijkheden bieden om te onderzoeken en gesprekken met elkaar en met collega’s op andere scholen te voeren voordat ze een keuze maken. Daarom heeft elke school voor vier jaar extra formatie gekregen voor innovatie en onderwijsontwikkeling. We gaan ook een traject in van zelfevaluatie en visitatie om te monitoren waar we staan op weg naar meer maatwerk in het onderwijs. Daarnaast richten we een aantal programmalijnen in die hulp kunnen bieden bij de vragen die scholen hebben, zoals docentvaardigheden, content arrangeren, hardware-onderzoek, het faciliteren en organiseren van kennisdeling en leiderschap. In januari starten de visitatietrajecten. Schoolleiders en docenten gaan dan bij elkaar op bezoek door de hele stichting heen.’

    Wat is uw belangrijkste doel met betrekking tot gepersonaliseerd leren in 2017-2018?

    ‘De weg naar gepersonaliseerd leren is heel spannend en uitdagend. Het is een transitie en een grote kans voor het onderwijs. Ambitie en awareness,  doen en durven. Dat wil ik graag faciliteren en mogelijk maken. Ik wil dat we daarin met elkaar optrekken binnen de stichting, bij elkaar gaan kijken en elkaar vragen stellen. We willen volgend jaar het antwoord op twee vragen helder krijgen: wat is de ambitie van elke school op het gebied van gepersonaliseerd leren? En waarin kan de school ondersteuning gebruiken? Een school die werkt met Kunskapsskolan zal een andere hulpvraag hebben dan een school met een klassikaal systeem.’

    Waar wilt u dat uw scholen over twee jaar staan met het oog op deze ontwikkelingen?

    ‘Over twee jaar wil ik dat er een stevig fundament staat. Dat scholen weten wat ze willen, wat ze nodig hebben en dat er een plan van aanpak ligt. En dat veranderen en innoveren duurzame begrippen zijn bij alle medewerkers.’

    Welke digitale middelen worden gebruikt voor de inrichting van gepersonaliseerd leren?

    ‘Om te beginnen hebben alle scholen een goed WiFi-netwerk met voldoende bandbreedte. In principe kan iedereen de hele dag online. Er zijn devices en er is een digitaal managementsysteem. En de kennis en krachten bundelen we in een kenniscentrum. Er is veel aanbod op het gebied van digitale content, dat moeten we nog goed arrangeren.’

    Leerlijnen en gepersonaliseerd leren, gaat dat samen?

    ‘Ik denk het wel. Met het Techniekcollege zijn we goed geslaagd om dit voor elkaar te krijgen: een doorlopende leerlijn van het derde leerjaar vmbo naar het mbo niveau 2/3 in de vakmanschapsroute. Leerlingen hebben de mogelijkheid om een jaar te winnen en kunnen ook Duits leren. Dat biedt enorme kansen straks op de arbeidsmarkt, zo vlak bij de Duitse grens. Docenten en leerlingen zijn hier razend enthousiast over.

    Leerlijnen én gepersonaliseerd leren betekent dat je goed moet kunnen arrangeren en dat docenten gebruik moeten maken van een databank met content. We zijn op zoek naar manieren waarop je persoonlijke leerlijnen kunt invullen. We draaien pilots om het uit te proberen. Bijvoorbeeld met Zulubook en VO content, maar ook elerna en lesson-on. Er is veel aanbod en er is veel mogelijk. Maar uiteindelijk moeten we het wel bekostigen van 300 euro per leerling per jaar.’

    Jan Maarten de Bruin, lid College van Bestuur Stichting Willem van Oranje in Waalwijk is de vorige keer geïnterviewd. Hij stelt u de volgende vraag: ‘Gepersonaliseerd leren klinkt goed, maar hoe pakken we het aan? Hoe laten we leerlingen en docenten eigenaar worden van hun eigen leren?’

    ‘Het nadeel van de term gepersonaliseerd leren is dat het lijkt of je het over individueel leren hebt. Ik vind dat leraren en leerlingen juist meer samen moeten optrekken. Bij de stichting LVO hebben we veel kwaliteiten in huis. Als je krachten bundelt, óók over de grenzen van de stichting heen, word je er allemaal beter van.

    Het eigenaarschap van het leren hoort bij de leerling te liggen. Het is zijn weg, zijn route. De docent is daarin de begeleider. Daarbij is het belangrijk dat er een leeromgeving is waar leerlingen gestimuleerd worden om een volgende stap te zetten. Ik denk dan aan een interactieve, adaptieve leeromgeving. Daarin zie je meteen hoe je leerlingen het beste kunt helpen.’

    Welke vraag over gepersonaliseerd leren wilt u een collega-schoolmanager voorleggen?

    ‘Hoe kunnen scholen en uitgevers partners worden in de weg naar een adaptief curriculum? Op een manier waarop we elkaar versterken? Die vraag houdt mij momenteel bezig.’

    Delen is het nieuwe
    vermenigvuldigen

    Reageren is leren!

    Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn met een * aangegeven.

    2 reacties

    • Jmp
    • 22 december 2016 - 21:22 uur
    Wat weer een gelul.iedere keer hetzelfde liedje in het onderwijs
      • John
      • 23 december 2016 - 10:39 uur
      Als een schoolleider het woord 'eigenaarschap' laat vallen, haak ik, net als het gros van mijn directe collega's, gelijk af. Ik was dus gauw klaar met dit artikel. Een andere kreet: 'het primaire proces' (lesgeven, iets wat de meeste schoolleiders bij voorkeur niet doen)
    Sluiten