Logo Noorhoff Uitgevers
  • Een stap dichter bij gepersonaliseerd onderwijs

    • de redactie
    • 12 december 2016
    • 1

    Gepersonaliseerd leren staat centraal in de nieuwe generatie leermiddelen van Noordhoff Uitgevers. Maar wat houdt dat begrip eigenlijk in? En wat vraagt het van de school, de docent, de leerling?

    Universitair docent Amber Walraven werkt aan de docentenacademie van de Radboud Universiteit in Nijmegen. Zij geeft les aan docenten in opleiding en doet onderzoek, met name naar het gebruik en de toepassingmogelijkheden van ICT in het voortgezet onderwijs. Zij constateert dat de vergaande digitalisering het makkelijker maakt voor scholen om gepersonaliseerd leren vorm te geven. ‘Adaptieve leermiddelen zijn daar bijvoorbeeld heel geschikt voor. Toch staat écht gepersonaliseerd leren in Nederland nog in de kinderschoenen, omdat we alle leerlingen langs dezelfde meetlat leggen. Ook al leggen docenten hun eigen accenten, ze moeten toch het examenprogramma volgen. Vooraf staat al vast wat een leerling in opeenvolgende klassen gaat leren. Gepersonaliseerd leren gaat er juist van uit dat een leerling zelf bepaalt wat zijn leerdoelen zijn. De docent heeft hierin een ondersteunende rol. Hij gaat met de leerling in gesprek, bekijkt waar deze staat en waar hij heen wil, en helpt hem de leerdoelen te formuleren en te verwezenlijken.’

    Dankzij de digitalisering kunnen scholen gepersonaliseerd leren makkelijker vormgeven.

    Genius hours

    Sommige scholen hanteren een mengvorm: binnen de kaders van het eindexamenprogramma wordt dan ook ruimte geboden aan het palet van mogelijkheden van de individuele leerling. Walraven: ‘Zo zijn er scholen die ‘genius hours’ inroosteren, uren waarin leerlingen mogen doen wat ze willen. Google kent iets dergelijks: medewerkers mogen twintig procent van hun werktijd vrij besteden. Daar komen de beste innovaties uit voort.’

    Walraven vindt het lastig om te beoordelen of het bij deze mengvormen nu gaat om gepersonaliseerd leren of een zeer goed doorgevoerde vorm van gedifferentieerd leren. ‘Bij gedifferentieerd leren zijn de doelen centraal vastgesteld. De leerling kan wel werken in zijn eigen tempo en op een manier die bij hem past, maar de docent houdt de regie. Dat is dus anders dan bij gepersonaliseerd leren, waar de leerling flink wat zeggenschap heeft over zijn eigen leerdoelen. Misschien is het wel beter als scholen eerst beginnen met heel goed gedifferentieerd onderwijs. Gepersonaliseerd onderwijs vereist namelijk veel voorbereiding van docenten, leerlingen en de school. Dat kun je niet van de ene op de andere dag invoeren.’

    Duizendpoot

    De docent die gepersonaliseerd onderwijs geeft, moet een duizendpoot zijn. Walraven: ‘Je moet goed zijn in je vak, zowel inhoudelijk als pedagogisch-didactisch, maar ook vakoverstijgend kunnen werken. Je moet goed kunnen organiseren, een efficiënt planner zijn en hulp van collega’s durven inroepen. Vooral dat laatste is belangrijk, want er komt veel op docenten af. Een school redt het niet als docenten niet in hun eigen kracht worden gezet en er optimaal geprofiteerd wordt van ieders kwaliteiten. Samenwerken is een must.’

    Van de leerling vraagt gepersonaliseerd leren een andere instelling en een andere manier van leren. ‘Je moet echt hard willen werken aan je eigen onderwijs. Consumptief achteroverleunen is er niet bij. Dat is best een opgave voor middelbare scholieren.’

    Geen leerstofjaarklassensysteem

    Ook de schoolorganisatie zal moeten veranderen, aldus Walraven. ‘Een leerling heeft voor elk vak een eigen doel, tempo en aanpak. Hij kan voor wiskunde op niveau klas 3 zitten en voor Nederlands op niveau klas 5. Dit betekent dat het leerstofjaarklassensysteem op de helling moet. Hetzelfde geldt voor de einddoelen per leerjaar. Die moet je vervangen door einddoelen voor de hele schoolcarrière. Ook zul je minder gestandaardiseerde toetsmomenten kunnen inbouwen. Sowieso moet je flexibeler gaan toetsen.’

    Stap vooruit

    ‘Gepersonaliseerd leren betekent dus een complete reorganisatie van je onderwijs en van je visie op onderwijs’, besluit Walraven. ‘Zoals ik al zei: dat is moeilijk te realiseren in een schoolsysteem als het onze, met zijn eindexamens, eindtermen, tussendoelen en jaarklassen. Goed gedifferentieerd onderwijs, waarin de docent de regie voert, is dan een bruikbaar alternatief. Uitgeverijen kunnen scholen helpen om zich hierop voor te bereiden en die differentiatie beter vorm te geven. Het digitale lesmateriaal van Noordhoff Uitgevers is wat dat betreft een stap in de goede richting, denk ik. Maar wel op voorwaarde dat de ICT een hulpmiddel blijft en de aandacht voor het leren van leerlingen niet wordt gereduceerd tot kleurtjes op het digitale dashboard. Persoonlijk contact tussen docent en leerling blijft nodig.’

    Delen is het nieuwe
    vermenigvuldigen

    Reageren is leren!

    Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn met een * aangegeven.

    1 reactie

    • Menno Lincklaen Arriens
    • 13 december 2016 - 09:28 uur
    Voor mij zit er een stukje spanning wanneer een educatieve uitgeverij over differentiatie/personaliseren/ omgaan met verschillen/individualiseren/de leerling centraal gaat praten. Waarom? Omdat als je er werkelijk over gaat nadenken dat proces betekent datje je als docent losweekt/afstand neemt van lesboeken of digitaal lesmateriaal. De leerling in zijn leerproces centraal valt niet te rijmen met commercieel geproduceerd lesmateriaal. Voor duurzame differentiatie is een mindset nodig die diametraal staat op het overdrachtsmodel waarin centraal gebruik van lesmateriaal die mindset bepaalt. Dat ICT bij differentiëren een rol kan spelen staat voor mij buiten kijf, maar zet educatieve uitgevers zoals Noordhoff, Malmberg, ThiemeMeulenhoff, etc. buiten spel. We hebben het hier over een culltuurverandering analoog aan veranderingen belichaamd door ITunes, Spotify, Netflix en andere op een ander terrein.
    Sluiten