Logo Noorhoff Uitgevers
  • Wat bepaalt de kwaliteit van een toets eigenlijk? Deel 2: betrouwbaarheid

    • de redactie
    • 14 juni 2017
    • #
    • 0

    Wat maakt een toets betrouwbaar?

    De leerlingen van parallelklas 3 havo van biologiedocent Monique en haar collega hebben vorige week een proefwerk gehad. Gemiddeld hebben de leerlingen van Monique een 7,3. Niet slecht! In de docentenkamer komt ze haar collega tegen. ‘En, hoe heeft jouw klas het proefwerk gemaakt?’ ‘Kon beter,’ zegt haar collega. ‘Maar één 8, twee zevens en de rest een 6 of lager, ik kom op een gemiddelde van een 6,2.’ ‘Laten we de cijfers nog maar niet uitdelen en kijken of we kunnen achterhalen hoe dat komt,’ stelt Monique voor.

    Dat de leerlingen van Monique gemiddeld een hoger cijfer hebben dan de leerlingen van haar collega, kan verschillende oorzaken hebben. Misschien schortte het aan de betrouwbaarheid van het proefwerk.

    Betrouwbaarheid

    Een toets van kwaliteit is betrouwbaar, valide én bruikbaar. Validiteit was het onderwerp van de vorige blog. Over bruikbaarheid hebben we het de volgende keer. Maar nu eerst: wanneer is een toets betrouwbaar?

    Een betrouwbare toets geeft een goed beeld van de kennis en vaardigheden van de leerling. Het resultaat moet ongeveer hetzelfde zijn als de toets onder vergelijkbare omstandigheden nog eens wordt gemaakt. Je kunt het vergelijken met een thermometer. Pas als meerdere thermometers dezelfde buitentemperatuur meten, kun je spreken van betrouwbare, geijkte thermometers.

    Factoren

    De volgende factoren bepalen de betrouwbaarheid: specificiteit, efficiëntie, transparantie en objectiviteit.

    • Specificiteit betekent dat de vragen zo zijn gesteld, dat alleen leerlingen die de leerstof beheersen de vragen correct kunnen beantwoorden. Laat de vraag aansluiten bij het toetsdoel. Wat wil je precies van de leerling weten met deze vraag?
    • Efficiëntie houdt in dat een leerling voldoende tijd krijgt voor de toets. Ook moet de vraagstelling helder zijn, zodat de leerling meteen weet wat van hem verwacht wordt. Een overzichtelijke lay-out draagt daaraan bij.
    • Wanneer u uw leerlingen duidelijk vertelt wat u van uw hen verwacht, bent u transparant over de toets. Geef aan wat het doel van de toets is, welke stof leerlingen moeten leren, uit hoeveel vragen het proefwerk bestaat, hoe lang ze erover mogen doen en hoe het cijfer straks tot stand komt.
    • Tot slot is het belangrijk dat de gemaakte toets objectief wordt beoordeeld. De vragen moeten eenduidig zijn en gelijkwaardige antwoorden moeten een gelijkwaardige beoordeling krijgen. Onafhankelijk van de beoordelaar. Een hulpmiddel daarbij is een antwoordmodel of beoordelingsmodel. Hierin staan de antwoorden die juist zijn of gedeeltelijk juist zijn. Ook het aantal punten dat een leerling per vraag of onderdeel kan krijgen staat in dit model.
    • Ook de omstandigheden waaronder leerlingen een toets maken moet gelijk zijn. Het resultaat zal een stuk minder zijn als een andere klas vrij heeft en er leerlingen tijdens een schriftelijke overhoring door de gangen rennen.

    In de praktijk

    Monique en haar collega kijken in een vrij uur de proefwerken nog eens door. Al snel komen ze erachter dat Monique voor bepaalde antwoorden meer punten heeft gerekend. En dat haar collega sommige onderdelen veel strenger heeft nagekeken. Ze discussiëren over de juiste antwoorden en komen er gelukkig uit. Ze besluiten om een antwoordmodel te maken en spreken af dat ze de proefwerken nog eens nakijken met het antwoordmodel ernaast. Als ze een week later de resultaten vergelijken, blijken die aardig overeen te komen.

    Delen is het nieuwe
    vermenigvuldigen

    Reageren is leren!

    Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn met een * aangegeven.

    Er zijn nog geen reacties geplaatst.

    Sluiten